Author

Creative Shelter

Als accountant wil jij je klant maximaal fiscaal voordeel bezorgen. Tegelijk moet je netjes binnen de lijntjes kleuren van de fiscus. Maar wat zijn de lijntjes als het gaat om kosten bij auteursrechten? Wijs je die in de aangifte toe aan het beroepsinkomen of elders? Een paar tips zijn misschien welkom.

Gedeeltelijk in auteursrechten factureren, dat is fiscaal voordelig. Serieus voordelig. Op auteursrechten betaal je namelijk geen sociale bijdragen of personenbelasting, enkel 15% roerende voorheffing. Geen wonder dus dat steeds meer creatieve beroepen hun facturen uitsplitsen in beroepsinkomen en auteursrechten.

Zelfs die 15% is relatief, want het Ministerie van Financiën voorziet een systeem van forfaitaire kosten. Ze rekenen daarbij in schijven. Voor het inkomstenjaar 2021 mag er van de eerste inkomstenschijf auteursrechten (tot 16.680 euro) 50% in de kosten, van de tweede schijf (tot 33.360 euro) nog eens 25%. Het gaat om forfaits, niet om bewezen kosten. In de taal die jouw klanten begrijpen: er zijn geen bonnetjes of facturen voor nodig. 

Tegelijk maakt diezelfde persoon natuurlijk ook reële kosten waar wél bewijsstukken voor zijn. Waar wijs je die als accountant dan best toe bij de belastingaangifte? We bespreken twee scenario’s.

 

Het ‘volle pot’ scenario

Laat ons eerst eens kort door de bocht gaan. Het gedeelte beroepsinkomen wordt veel zwaarder belast dan het gedeelte auteursrechten. Dan lijkt het ‘simple comme bonjour’: je schuift gewoon alle reële kosten naar het beroepsinkomen. Supervoordelig voor je klant, want het scheelt hem of haar enorm aan sociale bijdragen én personenbelasting. Daarbovenop blijft er ook nog eens forfaitair een mooi stukje vrijgesteld van de roerende voorheffing aan de kant van de auteursrechten.

Het zou inhoudelijk zelfs perfect te verdedigen zijn, en de experts van het ITAA hebben dat ook al gedaan. Een creatieveling maakt kosten vooral beroepsmatig, auteursrechten zijn eerder immaterieel en daar horen minder kosten bij van bijvoorbeeld werkmateriaal. Maar de fiscus ziet dat anders. Het is een grijze zone en er bestaat weinig rechtspraak rond, maar zij gaan ervan uit dat er ook aan de kant van de auteursrechten werkelijke kosten gemaakt worden.

Wie als accountant voor 100% de bewezen kosten toewijst aan het beroepsinkomen, loopt daarom een grotere kans om vragen te krijgen van de fiscus. Als je elke discussie en het bijhorende gedoe liever wil vermijden, dan ga je beter voor scenario 2.

 

Het pro rata scenario

In dit scenario wijs je ook een stuk van de bewezen (reële) kosten toe aan de auteursrechten. Met andere woorden: bonnetjes en facturen waren daar niet eens nodig omdat het over een forfait gaat, maar je schuift ze toch naar die kant. Het meest logische is dan om dat pro rata te doen, volgens dezelfde verhouding van het beroepsinkomen en de inkomsten uit auteursrechten van dat jaar.

Factureert je klant 50% aan beroepsinkomen en 50% aan auteursrechten, houd dan ook die verhouding aan. De helft van de bewezen kosten gaat naar het beroepsinkomen, de andere helft komt in het vak VII D voor de roerende inkomsten — lijn 1118-46 om precies te zijn. Werkt je klant met een verdeling 60/40 of 70/30, dan kan je ook die percentages pro rata toepassen op de kosten. Op die manier volg je als accountant het standpunt van de overheid naar de geest, ook al is het dus geen strikte regel. 

Als je de forfaitaire aftrek voor de verschillende schijven aan auteursrechten optelt (50% op de eerste schijf en 25% op de tweede schijf), dan kom je ongeveer aan 12.509 euro kosten waar geen verantwoording voor nodig is (inkomstenjaar 2021). Lopen de kosten van jouw klant hoger op, dan wordt het natuurlijk wel interessant om ook aan de kant van de auteursrechten met de reële kosten te werken, niet de forfaitaire.

 

Ik denk dat ik het begrijp, maar…

Hopelijk maakt dat de zaak duidelijk. Of roept het antwoord nog meer vragen op? Aarzel dan niet om een expert van Creative Shelter aan de mouw te trekken. Daar zijn we namelijk voor.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
1 FacebookTwitterPinterestEmail

Auteursrechten. Als accountant krijg je er steeds meer mee te maken. Maar hoe zit dat nu weer met die fiche 281.45? En waarom zit er soms verschil op de btw-totalen in de aangifte en de btw-listing? ’t Is niet moeilijk allemaal, maar je moet het wel weten. Here we go!

Dat auteursrechten in de aangifte komen als een roerend inkomen, zover was je waarschijnlijk al mee. Alle opdrachtgevers waar jouw klant voor werkt, moeten daar tegen 30 april een fiche voor indienen: de beruchte fiche 281.45. Dat is van moeten, want als zij het niet doen, hebben ze inkomsten verzwegen. En reken maar dat de overheid het opmerkt, want in februari 2022 zijn ze strenger geworden qua timing. Wie niet op tijd de fiches indient, krijgt de rekening gepresenteerd.

 

Btw-listing en inkomstenbelasting: zoek de verschillen

De verdeling kan al eens variëren, maar een creatieve freelancer rekent vaak 50% beroepsinkomen en 50% auteursrechten. Laat ons daar verder ook van uitgaan. Vadertje staat vraagt 21% btw op het beroepsinkomen, 6% btw op inkomsten uit auteursrechten. Maar met die auteursrechten is iets speciaals aan de hand.

Voor het beroepsinkomen wil de fiscus namelijk weten: hoeveel heeft de freelancer tussen januari en december gefactureerd? Voor de auteursrechten willen ze weten: hoeveel heeft de freelancer tussen januari en december ontvangen? Dat is niet per se hetzelfde. Het typische voorbeeld zijn de december facturen. Die zijn wel al verstuurd, maar nog niet betaald tegen 31 december. Met andere woorden: je zal een verschil in omzet zien tussen de btw-listing en het bedrag voor de inkomstenbelasting.

 

Laat ons een simpel voorbeeld nemen. Een freelancer stuurt twee facturen uit, elk voor 1.000 euro. Eén in juli en één in december, die nog niet betaald is in dat kalenderjaar. De freelancer splitst die op de factuur allebei op in 500 euro beroepsinkomen en 500 euro auteursrechten. 

  • totaal gefactureerd: € 2.000 + btw
  • op de btw-listing: € 2.000
  • enerzijds het beroepsinkomen: € 1.000 + 21% btw 
  • anderzijds de auteursrechten: € 1.000 + 6% btw
  • totaal geïnde beroepsinkomen op de aangifte: € 500 + € 500 = € 1.000
  • Totaal geïnde auteursrechten: € 500
  • Samen in de omzet: € 1.500

 

Dat komt dus niet overeen. De fiscus ziet 1.500 euro omzet en 2.000 euro in de btw-listing. Komen daar vaak vragen om inlichtingen van? Zelden. Maar als het gebeurt, dan is het antwoord snel gegeven: auteursrechten zijn niet belastbaar in het jaar dat ze gefactureerd zijn, maar in het jaar dat ze geïnd zijn. Daar maakt niemand een punt van, het is dan ook perfect verklaarbaar.

 

Wat scheelt er met de roerende voorheffing?

En dan de roerende voorheffing. Een beetje hetzelfde verhaal, maar dan anders. Op auteursrechten rekent de fiscus 15%. Stel dat jouw klant 10.000 euro heeft gefactureerd, dan verwacht je 1.500 euro belasting. Toch niet. In realiteit is het minder, omdat er forfaitaire beroepskosten afgetrokken mogen worden. De exacte bedragen veranderen elk jaar, maar onthoud vooral dat het om drie schijven gaat. Voor inkomstenjaar 2021:

  • 50% kosten op de inkomstenschijf van € 0 tot € 16.680
  • 25% kosten op de inkomstenschijf van € 16.680 tot € 33.360
  • geen aftrekbare kosten meer boven de € 33.360

Als een freelancer pakweg 5.000 euro heeft verdiend bij een bepaalde opdrachtgever, dan zal die ervan uitgaan dat daar 50% kosten bij horen, en dus maar 15% roerende voorheffing rekenen op 2.500 euro, zijnde 375 euro. Het ding is: opdrachtgevers geven hun fiche 281.45 allemaal los van elkaar door (tenzij Creative Shelter mee in het verhaal zit, want dan zijn zij de enige opdrachtgever). Zij kunnen onmogelijk van mekaar weten of de freelancer al in een volgende schijf is beland.

 

Uiteindelijk komen alle auteursrechten samen in één pot, en dat is ons vak VII D van de aangifte. Misschien zal jouw klant nog wat geld moeten terugkrijgen, als de opdrachtgevers ‘streng’ rekenden aan 15% op het volledige bedrag van de auteursrechten. Misschien zal de freelancer een beetje moeten opleggen, als er bijvoorbeeld veel opdrachtgevers waren. Het is gewoon een kwestie van een correcte afrekening maken aan het einde van de rit.

Boodschap aan alle accountants: neem niet zomaar klakkeloos de betaalde roerende voorheffing over, maar zorg dat je weet wat er effectief verschuldigd is. Gaat dat over grote bedragen? Neen, meestal niet. Maar als accountant wil jij wel de cijfertjes doen matchen. En als ze dat niet doen, dan wil je ook weten waarom. Bij deze!

 

Is er een expert in de zaal?

Meerdere btw-tarieven, verschillen tussen kalenderjaar en boekjaar, een overload aan fiches… alle begrip als je het nog altijd niet helder ziet. Vraag gerust meer tekst en uitleg aan Creative Shelter. Wij zijn geen accountants, maar we durven ons stilaan wel experts in auteursrechten te noemen

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
1 FacebookTwitterPinterestEmail

Een belangrijk aspect van de behandeling van auteursrechten in België betreft de fiscaliteit: op inkomsten uit auteursrechten heft men roerende voorheffing.


Roerende inkomsten

Inkomsten uit auteursrechten vallen onder een afzonderlijk regime. Sinds 2008 worden ze als roerende inkomsten beschouwd (art. 17, §1, 5° WIB 92).

Roerende voorheffing

Het betreft in eerste instantie de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten. Daarnaast betreft het ook wettelijke en verplichte licenties, zoals bedoeld in de Auteurswet en de naburige rechten. Ook inkomsten zoals bedoeld in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht komen in aanmerking.

Bovendien – en dit kan misschien verrassen – bepaalt de wet dat deze inkomsten als roerend inkomen beschouw worden, ook al worden ze in het kader van een beroepsactiviteit verkregen (art. 37, 1e en 2e lid W.I.B. 92).

De roerende voorheffing voor deze categorie roerende inkomsten bedraagt op vandaag nog steeds 15% (art. 171, 2°bis WIB 92).

Auteurs die van dit voordelige regime gebruik wensen te maken, moeten echter rekening houden met een aantal beperkingen en risico’s. Dat kan je lezen in een andere blogpost.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Aan de overdracht of toekenning van je auteursrechten aan een derde partij zijn interessante opportuniteiten verbonden voor de auteur. Met name de auteursrechtvergoeding en het fiscale regime waaraan die onderworpen is.

Sinds 2008 worden de inkomsten uit auteursrechten, zoals verkregen uit de cessie of concessie van die rechten, geacht roerende inkomsten te zijn (art. 17, §1, 5° WIB 92).

Die inkomsten genieten een verlaagd belastingtarief.

De belasting op roerende inkomsten, de roerende voorheffing, bedraagt op vandaag nog steeds 15% (art. 171, 2°bis WIB 92).

Je auteursrechten overdragen of toekennen, kan dus een duidelijk belastingsvoordeel opleveren in vergelijking met andere inkomsten zoals uit arbeid. Dat is des te meer het geval aangezien er ook geen sociale bijdragen op verschuldigd zijn en ze ook niet aan een progressieve belastingvoet onderworpen zijn.

Natuurlijk heeft de wetgever hier een aantal grenzen aan gesteld waar je als auteur beter rekening mee kan houden. Zo is er onder meer een bovengrens bepaald en zijn er regels omtrent de verdeelsleutel tussen de inkomsten uit auteursrechten en de inkomsten uit prestaties. Bovendien zijn er een aantal risico’s en obstakels waar je als auteur beter rekening mee houdt. Wie er graag even de wetteksten bij neemt, kan dat hier doen.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Vanuit economisch perspectief kan het interessant zijn voor auteurs om hun vermogensrechten over te dragen aan derden. Zoals in een andere blogpost gesteld zijn de morele rechten van de auteur niet integraal overdraagbaar.

Het overdragen van de vermogensrechten neemt doorgaans één van twee vormen aan: afstand (ook wel ‘cessie’ genoemd) of licentieoverdracht(ook wel ‘concessie’). In de praktijk valt het onderscheid tussen beide rechtsfiguren soms moeilijk te maken, mede doordat er vaak in algemene termen gesproken wordt van een “overdracht van rechten”.

In grote lijnen zou je kunnen zeggen dat je cessie kunt vergelijken met verkoop en licentie (of concessie) met verhuur. Hieronder gaan we dieper in op het onderscheid tussen beiden.

Het onderscheid tussen cessie en concessie (licentie)

Overdracht auteursrecht: cessie of afstand

Bij een cessie of afstand van rechten is er sprake van vervreemding van de rechten. De eigendom van (een deel van) de rechten gaat over op de verkrijger van de rechten. Deze wordt op zijn beurt de eigenaar van die rechten waardoor de auteur dat specifieke vermogensrecht niet meer zelf kan uitoefenen.

De auteur kan alle vermogensrechten tegelijk afstaan, onbeperkt en volledig. Maar hij of zij kan zich ook beperken tot de afstand van één vermogensrecht (bijvoorbeeld het reproductierecht), en alle andere vermogensrechten behouden.

De afstand kan een onderdeel zijn van een opdracht als freelancer of onderaannemer of plaatsvinden in de context van een arbeidsovereenkomst. De rechten kunnen ook het voorwerp uitmaken van een verkoopsovereenkomst.

We benadrukken opnieuw dat de auteur eigenaar blijft van zijn rechten, tenzij dit uitdrukkelijk in een geschreven overeenkomst wordt voorzien. 

Overdracht auteursrecht: concessie of licentie

Een concessie of licentie is een overeenkomst waarbij de auteur het gebruik van bepaalde rechten aan een derde toevertrouwt. De verkrijger van de licentie (of de ‘licentienemer’) mag daardoor het werk waarop de licentie betrekking heeft gaan exploiteren binnen de grenzen bepaald door de licentieovereenkomst.

In tegenstelling tot bij de cessie, blijft diegene die de licentie verleent de eigenaar van de rechten: hij verleent de licentienemer enkel het recht om bepaalde rechten te gebruiken.

De overdrachtsovereenkomst

De Belgische wetgever heeft de auteur willen beschermen en heeft een aantal dwingende regels opgelegd voor de overeenkomst waarin zijn of haar rechten worden overgedragen (zie artikel XI. 167 van het Wetboek van economisch recht).

Schriftelijke overeenkomst

Ten eerste zegt de wet dat ten aanzien van de auteur een contract schriftelijk moet worden bewezen. Als er onenigheid ontstaat over het feit of een recht al dan niet is overgedragen of over de voorwaarden waaronder dat gebeurd is, dan zal de opdrachtgever, uitgever, exploitant of producent zich enkel op schriftelijk bewijs kunnen beroepen.

Het schriftelijk karakter van de overeenkomst is dus een bewijsregel en geen vormvereiste, maar het spreekt voor zich dat het sterk aanbevolen is om alle afspraken zo duidelijk mogelijk op papier te zetten.

Twijfel? Vage of onduidelijke clausules in de overeenkomst? Dan bepaalt de wet dat de partijen de overeenkomst in het voordeel van de auteur en in het nadeel van de exploitant van de rechten moeten interpreteren.

Elementen van de overeenkomst

Exploitatiewijze

De manier waarop het recht geëxploiteerd mag worden moet zo duidelijk en concreet mogelijk omschreven staan in de overeenkomst.

De exploitatiewijze wordt bepaald aan de hand van het betrokken vermogensrecht enerzijds en door het benoemen van het concrete domein waarop de exploitatie betrekking heeft anderzijds.

Een paar voorbeelden: het recht om…

  • een boek te vertalen en uit te geven in bepaalde welomschreven talen
  • een film uit te brengen op DVD
  • een schilderij te reproduceren
  • manuscript in boekvorm te gieten
  • merchandising van de figuren in een animatiefilm te maken
  • een toneelstuk te vertonen op televisie

Deze zogeheten specifiëringsplicht is een cruciaal element in de overeenkomst. Als je bijvoorbeeld enkel overeenkomt dat een toneelstuk op televisie mag uitgezonden worden, dan betekent dit nog niet dat het recht om de opname via het internet of op DVD verder te verspreiden ook overgedragen wordt. De partijen moeten dat specifiek in de overeenkomst opnemen.

De duur en reikwijdte

Daarnaast moet de overeenkomst tot overdracht ook bepalen:

  • voor hoe lang de rechten worden overgedragen. Geldt de overdracht voor een beperkte periode van een aantal maanden of jaren? Of voor de volledige beschermingstermijn van het auteursrecht op het werk?
  • voor welk gebied de rechten worden overgedragen. Geldt de overdracht enkel voor Belgisch grondgebied? De EU? Wereldwijd? Een duidelijke geografische afbakening is belangrijk.

De vergoeding

Tenslotte moeten de partijen per exploitatiewijze eveneens een vergoeding bepalen. De wetgever heeft de contractspartijen niks opgelegd over de hoogte of andere modaliteiten van de vergoeding. Ze zijn dus vrij om hierover te onderhandelen.

Als er in het contract niets is voorzien qua vergoeding van de auteur, dan kan de auteur zich beroepen op de relatieve nietigheid van de overeenkomst.

Overige clausules

Overige clausules die in de overeenkomst verdere duidelijkheid kunnen scheppen over de overgedragen rechten:

  • de context waarbinnen men het recht verleent;
  • de (on)overdraagbaarheid van de verworven rechten;
  • eventuele exclusiviteit (beperkt tot één verkrijger of mogelijkheid tot meerdere verkrijgers binnen dezelfde contekst).

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Wie is auteur?

 

Wie is auteur? De maker van een origineel werk is de auteur. Het is diegene die het auteursrecht kan uitoefenen. Daarbij vallen meteen een paar belangrijke kanttekeningen te maken.

 

1. Natuurlijk persoon

Een eerste belangrijk punt is dat naar Belgisch recht, een auteur steeds een natuurlijke persoon is, met name de natuurlijke persoon die de auteursrechtelijke creatie daadwerkelijk tot stand bracht.

Rechtspersonen, zoals verenigingen zonder winstoogmerk of vennootschappen kunnen dus in geen geval oorspronkelijke auteurs zijn van een werk. Via een contract kunnen ze evenwel bepaalde rechten verkrijgen van de auteur-natuurlijke persoon.

 

2. Weerlegbaar vermoeden

Ten tweede creëert artikel XI. 170 lid 2 van het Wetboek van economisch recht een weerlegbaar vermoeden dat diegene wiens naam of initialen op het werk vermeld staat, de auteur is.

Bij gebruik van een pseudoniem of bij anonieme werken wordt de uitgever vermoed de auteur te zijn tot bewijs van het tegendeel. Van zodra de auteur zich kenbaar maakt, wordt het auteursrecht door hem of haar uitgeoefend.

 

3. Hoedanigheid

Ten derde hangt de uitoefening van het auteursrecht samen met de hoedanigheidwaarin de auteur het werk gecreëerd heeft:

  • Op eigen initiatief

Jij hebt als auteur over het werk dat je op eigen initiatief creëert alle rechten — dus zowel de morele als de vermogensrechten.

Via een licentie kan je anderen gebruiksrecht geven, al dan niet voor een vergoeding. Je hebt ook de mogelijkheid om je vermogensrechten volledig over te dragen aan een andere partij, die er dan eigenaar van wordt.

  • Als werknemer

Wanneer je als werknemer een bepaalde creatie maakt, blijft de basisregel gelden dat jij, als natuurlijke persoon die het werk gecreëerd heeft, het auteursrecht behoudt.

Daar kan schriftelijk van afgeweken worden in een arbeidscontract of in een afzonderlijke overeenkomst.

  • In opdracht als freelancer of onderaannemer

Een opdracht uitgevoerd als freelancer of in onderaanneming? Opnieuw geldt dat jij als auteur, bij gebrek aan expliciete overeenkomst, in principe alle rechten behoudt.

In tegenstelling tot andere landen past men in België (en andere Europese landen) niet het principe toe van ‘work made for hire’ . Volgens dat principe wordt de opdrachtgever verondersteld de eigenaar te zijn van het werk en alle intellectuele eigendomsrechten die erop rusten. Dit geldt dus NIET in België.

Als opdrachtgever of werkgever heb je dus niet zomaar het recht om de originele werken te gebruiken die in jouw opdracht zijn gemaakt. De toekenning van de auteursrechten moet altijd schriftelijk gebeuren.

Het is een basisprincipe van het auteursrecht dat het belang van de auteur voorop staat.

 

Goeie afspraken, goeie vrienden

In de praktijk is het dus wenselijk zijn om afspraken hieromtrent vast te leggen. Dat kan in de offerte, de algemene voorwaarden of in een aparte overeenkomst.

Elke afspraak met een auteur over diens rechten moet in een geschreven contract opgenomen worden. Vaak zien partijen goede afspraken omtrent de overdracht van rechten over het hoofd met alle risico’s van dien.

In het geval van meerdere auteurs (zgn. ‘co-auteurschap’) delen de auteurs de auteursrechten op het werk.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Hoewel er dus duidelijk mogelijkheden zijn voor auteurs om hun inkomsten te maximaliseren aan de hand van hun intellectuele eigendom, stellen zich in de praktijk vaak problemen met de belasting op auteursrechten. Een en ander hangt ook af van het feit of we te maken hebben met een eenmanszaak of een venootschap.

Daarom brengen we in dit artikel graag een aantal heikele punten rond belasting op auteursrechten onder de aandacht.

  • De cessie en de concessie van auteursrechten is onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek Economisch Recht. Dat wil zeggen dat er moet voorzien worden in een geschreven overeenkomst, dat er sprake is van een restrictieve interpretatie, dat er per exploitatiewijze afspraken gemaakt dienen te worden, enzovoort. We bespraken deze vereisten in detail in deze blogpost over de overdracht van auteursrechten.

  • De vergoeding voor de cessie en concessie moet men afzonderlijk begroten. Dat dit geen evidente oefening is mag blijken uit de verschillende (positieve en negatieve) uitspraken van de rulingcommissie. Een goed doordachte begroting op basis van de feitelijke en juridische omstandigheden van het dossier is cruciaal. Auteurs laten zich hiervoor best bijstaan door gespecialiseerde professionals met kennis ter zake.
  • Bij eenmanszaken kan men geen retroactieve toepassing maken. Daarom is vooruitziendheid bij creatie, cessie of concessie aangewezen, wil men optimaal gebruik maken van deze voordelige fiscale regeling.
  • Moeten de auteursrechten gefactureerd worden? En zo ja, hoe en wanneer? Welk BTW % geldt op auteursrechten? Allemaal vragen waarop je best op voorhand een antwoord klaar hebt.
  • Inkomsten uit auteursrechten zijn roerende inkomsten waarop een roerende voorheffingverschuldigd is. Het percentage forfaitaire kosten, dat in rekening gebracht mag worden, verschilt naarmate er meer roerende inkomsten zijn in een belastbaar tijdperk. De roerende voorheffing is een bronheffing en dient binnen de 15 dagen door de schuldenaar van de auteursrechten aan de fiscus aangegeven en betaald te worden.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Het auteursrecht is geenszins onbeperkt of onbegrensd: tegen bepaalde vormen van gebruik kan een auteur zich niet verzetten. In die gevallen geldt een vermoeden dat hij of zij toestemming gegeven heeft.

Auteursrecht uitzonderingen

  • Citaten: dit laat toe dat om fragmenten van het werk te gebruiken voor recensies, onderwijs of kritiek. Een tijdschrift dat een boekrecensie publiceert, mag citeren uit het boek in kwestie of een foto publiceren van het kledingstuk of meubel waarover het verslag uitbrengt. Uiteraard is een adequate bronvermelding wel steeds vereist.
  • Nieuwsverslaggeving: stel dat een werk in beeld komt tijdens een nieuwsitem, dan hoeft in principe niemand de toestemming van de auteur te vragen. Daarnaast moet belangrijke actuele informatie vrij kunnen circuleren, ook als er auteursrechtelijk beschermde werken betrokken zijn.
  • Tijdelijke reproducties: bepaalde technische handelingen die nodig zijn voor doorgifte of het rechtmatig gebruik van een werk zijn toegelaten. Denk bijvoorbeeld aan het opslaan op de harde schijf of in het werkgeheugen van de computer.
  • Parodie:ook tegen deze vorm van gebruik kan een auteur zich in principe niet verzetten onder het auteursrecht.
  • Onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:in functie van een educatief of wetenschappelijk doel mogen verschillende handelingen gesteld worden met beschermde werken.
  • Bewaren van het cultureel patrimonium: deze uitzondering moet bibliotheken, musea en archieven toelaten om cultureel erfgoed in ere te houden.
  • Private kopie: iedereen mag muziek beluisteren of een film bekijken in besloten familiale kring zonder daarvoor toestemming te moeten vragen aan de auteur.
  • Promotie: bepaalde handelingen voor reclamedoeleinden (vb. voor een tentoonstelling) vereisen de toestemming van de maker niet.

Voor (bijna) alle uitzonderingen geldt de voorwaarde dat het werk “op geoorloofde wijze openbaar moet zijn gemaakt”. De auteur moet dus eerst beslist hebben dat zijn werk af is en dat klaar is voor verspreiding.

Voor sommige van deze uitzonderingen vergoeden collectieve beheersvennootschappen zoals Reprobel de auteurs.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Zoals gesteld in onze blogpost over de opportuniteiten van auteursrechten, geldt inzake auteursrechten een fiscaal gunstregime. Maar dat is niet zonder beperkingen.

Bovengrens

Zo heeft de wetgever een bovengrens voorzien, die – ongeïndexeerd – 37.500 EUR bedraagt. Zodra men deze grens overschrijdt, kan op het hogere gedeelte opnieuw toepassing worden gemaakt van het artikel 37 WIB92 en is het mogelijk dat dit hogere gedeelte alsnog belast wordt als een beroepsinkomen.

Desondanks worden alle inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5° WIB 92 onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%, na aftrek van de bijzondere degressieve forfaitaire aftrek. Die bedraagt 50 % op de eerste schijf van 16.560,00 EUR en bedraagt 25% op de tweede schijf tussen 16.560,01 en 33100,00 EUR Op de derde en laatste schijf tussen 32.640 EUR en 62.090,00 EUR is er geen kostenaftrek voorzien. De roerende voorheffing is niet langer bevrijdend en moet men opnemen in de aangifte (art. 313, 4° WIB 92). Hierop zijn eveneens gemeentelijke opcentiemen verschuldigd.

Auteursrechten fiscaal: formaliteiten

Roerende voorheffing is een bronheffing. Dat wil zeggen dat de schuldenaar van de vergoeding die moet inhouden, aangegeven en doorstorten – dit geeft veel administratie in hoofde van de schuldenaar (in casu de opdrachtgever of exploitant van het werk).

Auteursrechten fiscaal: welke inkomsten?

Na verschillende (negatieve en positieve) rulings, bracht een Circulaire (Circulaire AAFisc Nr. 36/2014 (nr. Ci.RH.231/631.675) dd. 04.09.2014) meer duidelijkheid over welke inkomsten nu precies in aanmerking komen voor het fiscaal gunstregime.

In de circulaire maakt men gewag van een driestaps-redenering:

  • Is er sprake van een beschermd werk in de zin van de auteurswet?
  • Gaf de auteur vermogensrechten op het werk in concessie of droeg hij ze over?
  • Specificeert de overeenkomst een duidelijke vergoeding voor de cessie of de concessie van de auteursrechten?

Alleen als elk van deze drie vragen een positief antwoord krijgen, vallen de inkomsten onder toepassing van art. 17, §1, 5° WIB 92.

Auteursrechten fiscaal: verdeelsleutel

Nagaan of bepaalde inkomsten voortvloeien uit de cessie of concessie van auteursrechten? Daarbij moet men volgens de fiscus rekening houden met de juridische en feitelijke gegevens eigen aan elk geval. Nattevingerwerk is met andere woorden uit den boze. 

Concreet maken we een onderscheid tussen:

  • de vergoeding voor de prestatie van de auteur, i.e. een vergoeding voor het creëren zelf van het werk, enerzijds
  • anderzijds de vergoeding voor het afstaan van de auteursrechten zodat men het werk kan verspreiden onder het publiek, anderzijds.

In dit opzicht vereist de fiscus dat een opdeling wordt gemaakt tussen de twee soorten vergoedingen. Daarvoor moet er een concrete verdeelsleutel aangegeven worden. Die verdeelsleutel moeten partijen bepalen in hun contract.

Naar ons oordeelzou de verdeelsleutel (deels) moeten afhangen van (i) de omvang van de cessie en de concessie en (ii) de mate van creatieve vrijheid die de auteur had. Maar dat heeft de fiscus niet voorzien in haar circulaire.

Toepassing verdeelsleutel in de praktijk

Om het gedeelte van de inkomsten te bepalen dat specifiek betrekking heeft op de cessie of de concessie moet men het volgende doen:

  • voorziet de overeenkomst in een verdeelsleutel of in een afzonderlijke vergoeding in functie van het bezoldigde deel (de uitoefening van het beroep zelf of de cessie/concessie van auteursrechten of naburige rechten), dan verwijst men naar de verdeelsleutel zoals voorzien in het contract;
  • gesteld dat het contract in het bijzonder in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet, met vermelding van een globale vergoeding (dus zonder in het gedeelte van de vergoeding te voorzien die de cessie of concessie vergoeden), dan gaat men ervan uit dat de rechten gratis zijn overgedragen of verleend;
  • als het contract enkel in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet en niet in de prestatie van de kunstenaar, dan gaat men ervan uit dat de volledige vergoeding betrekking heeft op de cessie of de concessie van auteursrechten;
  • als het contract niet voorziet in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten, niettegenstaande het feit dat de bedoelde prestatie als zodanig noodzakelijkerwijs een dergelijke cessie of concessie omvat, dan is er a priori geen toepassing van de bepalingen van art. 17, § 1, 5°, WIB 92.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail

Artikel 17, WIB 92

§ 1. Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk:1° dividenden ;

2° interest ;

3° inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen ;

4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, ofwel, in het kader van een aanvullend pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°bis, zijn geen pensioenen ;

5° de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.

§ 2. Wanneer het bedrag van de inkomsten in vreemde valuta is bepaald, wordt het in EUR omgezet naar de wisselkoers bij de betaling of de toekenning van die inkomsten.

 

art. 37 W.I.B. 92

Onverminderd de toepassing van de voorheffingen, worden inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten.

In afwijking daarvan behouden de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in zover zij hoger liggen dan 51.920 EUR (basisbedrag 37.500 EUR).

De netto-inkomsten van die roerende goederen en kapitalen omvatten de werkelijke of fictieve roerende voorheffing, alsmede het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en, in voorkomend geval, de woonstaatheffing.

 

art. 171, 2°bis WIB 92

In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten:

(…)

2°bis tegen een aanslagvoet van 15 pct:

a) de inkomsten van roerende goederen en kapitalen die geen dividenden zijn en de in artikel 90, 5° tot 7° , vermelde diverse inkomsten ;

b) de in artikel 269, tweede lid, 2°, derde lid en twaalfde lid , vermelde dividenden ;

 

art. 313, 4° WIB 92

De aan de personenbelasting onderworpen belastingplichtigen zijn er niet toe gehouden in hun jaarlijkse aangifte in de voormelde belasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, noch de in artikel 90, 6° en 11°, vermelde inkomsten te vermelden waarvoor daadwerkelijk roerende voorheffing werd ingehouden of waarvoor een fictieve roerende voorheffing verrekenbaar is krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen, noch die welke krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen van de roerende voorheffing zijn vrijgesteld, behalve indien het gaat om:

1° inkomsten uit hypothecaire schuldvorderingen op in België gelegen onroerende goederen of op ten kantore der hypotheekbewaring te Antwerpen ingeschreven schepen en boten, met uitsluiting van inkomsten uit hypothecaire obligaties;

2° in artikel 17, § 1, 3°, vermelde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen;

3° in artikel 17, § 1, 4°, vermelde inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten;

4° in artikel 17, § 1, 5°, vermelde inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van wettelijke en verplichte licenties;

5° in artikel 19, § 1, eerste lid, 2°, vermelde termijnen voortkomend van overeenkomsten waarbij een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen wordt verleend;

6° in artikel 21, 5°, 6° en 10°, vermelde inkomsten in zoverre zij meer bedragen dan respectievelijk de in het 5°, 6° en 10°, van dat artikel bepaalde grenzen en voor zover de roerende voorheffing niet geheven is op dit meerdere.

De roerende voorheffing op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald.

De ingehouden roerende voorheffing wordt niet met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald, wanneer de belastingplichtige beroepsinkomsten verwerft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.

 

artikel XI. 167 van het Wetboek van economisch recht

§ 1. De vermogensrechten zijn roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en vatbaar zijn voor gehele of gedeeltelijke overdracht, volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Zij kunnen onder meer worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht.
Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen.
De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden.
Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald.
De verkrijger van het recht moet het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren.
De overdracht van de rechten betreffende nog onbekende exploitatienormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling.


§ 2. De overdracht van de vermogensrechten betreffende toekomstige werken geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de werken waarop de overdracht betrekking heeft, bepaald is.


§ 3. Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.
Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover het werk bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien.
In die gevallen zijn paragraaf 1, vierde tot zesde lid, en § 2 niet van toepassing.
Het beding waarbij aan de verkrijger van een auteursrecht het recht wordt toegekend om het werk te exploiteren in een vorm die onbekend is op de datum van de arbeidsovereenkomst of van de aanwerving onder statuut, moet uitdrukkelijk zijn en bepalen dat daaraan een aandeel gekoppeld is in de door die exploitatie gemaakte winst.
De strekking van die overdracht en de wijze waarop ze plaatsvindt, kunnen bij collectieve overeenkomst worden bepaald.]1

Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen.
De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden.
Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald.
De verkrijger van het recht moet het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren.
De overdracht van de rechten betreffende nog onbekende exploitatienormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling.
§ 2. De overdracht van de vermogensrechten betreffende toekomstige werken geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de werken waarop de overdracht betrekking heeft, bepaald is.
§ 3. Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.
Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover het werk bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien.
In die gevallen zijn paragraaf 1, vierde tot zesde lid, en § 2 niet van toepassing.
Het beding waarbij aan de verkrijger van een auteursrecht het recht wordt toegekend om het werk te exploiteren in een vorm die onbekend is op de datum van de arbeidsovereenkomst of van de aanwerving onder statuut, moet uitdrukkelijk zijn en bepalen dat daaraan een aandeel gekoppeld is in de door die exploitatie gemaakte winst.
De strekking van die overdracht en de wijze waarop ze plaatsvindt, kunnen bij collectieve overeenkomst worden bepaald.]1

 

artikel XI. 170 lid 2 van het Wetboek van economisch recht

De oorspronkelijke auteursrechthebbende is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd.
Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als auteur aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.
De uitgever van een anoniem werk of van een werk onder pseudoniem wordt ten aanzien van derden geacht de auteur daarvan te zijn.

Download de whitepaper over auteursrechten voor accountants

In onze whitepaper belichten we auteursrechten vanuit een juridisch, economisch en fiscaal perspectief en proberen zo de belangrijkste vragen die in de praktijk rijzen, op een begrijpelijke manier te beantwoorden.

0 comment
0 FacebookTwitterPinterestEmail
Newer Posts
Auteursrecht in de praktijk
Deze blog is een initiatief van Creative Shelter. Omdat wij niets liever dan je correct in te lichten en door het administratieve moeras van vergoeding uit auteursrecht te loodsen. Let wel, wij zijn geen accountantskantoor. Creative Shelter is geen accountantskantoor. Deze blog is dus louter informatief en kan niet gelden als een sluitend of sturend boekhoudkundig advies.