Alles over de hervorming van auteursrechten.

De aangekondigde hervorming van het fiscale gunstregime voor auteursrechten binnen het begrotingsakkoord, deed de laatste maanden heel wat vragen rijzen in de creatieve sector en inkt vloeien in de pers. We volgen het op de voet op voor jou en blijven in contact met het kabinet van Vincent Van Peteghem, minister van financiën. Sinds vrijdag 18 november 2022 zijn de definitieve wetteksten bekend en goedgekeurd door de ministerraad. Laatste stap is de goedkeuring door het parlement.

 

Dit is hoe wij de wetteksten momenteel lezen en interpreteren. Het kan wel nog gebeuren dat er tijdens het parlementair debat nog andere interpretaties naar voren worden geschoven, of dat er door de fiscus een restrictieve interpretatie zou gegeven worden in een circulaire.

 

Wil je een algemene introductie tot het auteursrecht en fiscaal regime ervan? Schrijf je in op een infosessie.

Wat is het doel van de hervorming?

“Met het huidige ontwerp wil de regering terugkeren naar de oorspronkelijke doelstellingen van de bijzondere regeling die van toepassing is op de inkomsten uit de overdracht of de licentieverlening van auteursrechten of naburige rechten, namelijk de toepassing van een passend fiscaal regime op inkomsten die op onregelmatige en wisselvallige wijze worden verkregen in het kader van artistieke activiteiten.” – Memorie van Toelichting (de uitleg bij een wetsvoorstel)

Wie komt er (nog) in aanmerking?

Goed nieuws! Er wordt in de Memorie van Toelichting toegelicht dat er geen onderscheid gemaakt wordt op basis van je beroepscategorie.

 

Iedereen die vandaag een origineel werk maakt, blijft in principe in aanmerking komen in de toekomst.

Welke werken komen er (nog) in aanmerking?

Zo lijkt het erop dat bijna alle situaties waarin je (in opdracht) originele werken van letterkunde maakt en aan je klant rechten toekent zodat je klant het werk kan exploiteren (meedelen aan het publiek, reproduceren), in aanmerking blijven komen. 

 

Doordat er in de versie van 18 november 2022 uitdrukkelijk verwezen wordt naar reproductie, blijven ook de situaties van software developers en werken in opdracht van privé personen aan de voorwaarden voldoen. Dat was niet het geval toen er enkel sprake was van mededeling aan het publiek.

 

 

Welke vergoedingen komen in aanmerking en wanneer?

Nieuw is dat er in de wet een verdeelsleutel wordt opgenomen voor wat we noemen ‘gemengde facturen’.

 

De verdeelsleutel wordt vastgeklikt op 70% vergoeding voor dienstverlening en 30% voor de vergoeding voor de toekenning van de auteursrechten. Er geldt evenwel een belangrijke overgangsperiode:

 

Het jaarlijks maximum

Het jaarlijks maximum blijft behouden – alle inkomsten uit de toekenning van auteursrechten die hoger zijn dan 64k EUR/jaar worden als beroepsinkomsten belast.

 

Dit is nieuw

Nieuw is dat er nu ook een absoluut maximum van 64k EUR aan inkomsten uit auteursrechten, gemiddeld per jaar (bekeken over 4 jaar vanaf 2023). Zit je over dit maximum, dan kan je het volgende jaar geen gebruik maken van het fiscaal regime voor auteursrechten.

 

 

 

Meest gestelde vragen
over het begrotingsakkoord - de hervorming van auteursrechten

In de Memorie van Toelichting staat heel duidelijk dat er geen onderscheid wordt gemaakt op basis van beroepscategorie. Dus er wordt geen bepaalde groep – bv. software developers of copywriters – uitgesloten, zoals eerder in de media verscheen. Natuurlijk zijn er wel enkele voorwaarden waar je aan moet voldoen. Zo moet je auteur zijn en een werk van letterkunde of kunst maken. In de wettekst wordt er verwezen naar de algemene definitie, dus zijn ook de algemene regels van een concrete vorm en originaliteit van toepassing.

 

Wij concluderen dus dat wie vandaag in aanmerking komt voor het fiscaal gunstregime, dit zal blijven doen. Wil je weten of je in aanmerking komt voor een vergoeding uit auteursrechten? Doe hier de test!

In de nieuwe wetteksten wordt er verwezen naar werken van letterkunde of kunst, met enkele bijkomende voorwaarden. Zo moet je het werk maken en de rechten daarop overdragen of toekennen. Dit moet met het oog op exploitatie, of het daadwerkelijk gebruik ervan. In principe is dat altijd het geval als je een werk in opdracht maakt. Je opdrachtgever wilt je werk gebruiken en heeft daarom jouw toestemming en rechten nodig.

 

Een tweede voorwaarde is dat je je rechten moet overdragen met het oog op de publieke mededeling ervan, de openbare voorstelling of reproductie.

Als je als auteur in opdracht van je opdrachtgever werken maakt, dan zul je altijd deze rechten moeten toekennen aan je opdrachtgever. Deze inkomsten zullen nog steeds onder het toepassingsgebied van de wet vallen. 

Het kabinet Van Peteghem had met de hervorming van de auteursrechten bepaalde doelstellingen voor ogen, namelijk terugkeren naar het oorspronkelijke doel van de wet uit 2008. Die oorspronkelijke doelstelling staat in de Memorie van Toelichting, de uitleg bij het wetsvoorstel: “de toepassing van een passend fiscaal regime op inkomsten die op onregelmatige en wisselvallige wijze worden verkregen in het kader van artistieke activiteiten.”

Ja. In de eerste berichtgeving was er sprake van een uitsluiting van de ICT-sector. Software developers zouden niet langer in aanmerking komen voor het fiscaal regime van auteursrechten.

 

Nu we de wettekst hebben kunnen nalezen, komen we tot een andere conclusie. Er wordt in de wettekst verwezen naar ‘werken van letterkunde en kunst’, en naar de algemene definitie ervan. De vraag is dus:, is broncode zoals het wordt gemaakt door IT-developers, te beschouwen als een werk van letterkunde? Ja, dat is uitdrukkelijk het geval. De softwarewet bepaalt dat broncode, in de mate dat het oorspronkelijk en origineel is, beschouwd wordt als een werk van letterkunde.

 

Daaruit volgt, dat ook de werken die software developers maken, werken van letterkunde zijn en nog steeds onder het toepassingsgebied vallen.

Wel was het zo dat in de eerste versie er een bijkomende vereiste was van een ‘mededeling aan het publiek’. En enkel voor het toekennen van het recht om de werken mee te delen aan het publiek, kon een fiscaal interessante vergoeding uitgekeerd worden. Maar die laatste vereiste van de mededeling aan het publiek, werd in de definitieve wettekst uitgebreid met ‘reproductie’. Daardoor zouden ook de overeenkomsten die software developers sluiten met hun klanten en waarbij de rechten op hun broncode worden overgedragen, ook nog in aanmerking blijven komen voor het fiscaal regime.

Het maximumbedrag waaraan je fiscaal gunstige auteursrechten kan innen bedraagt € 64.000 voor dit jaar. Aan de huidige verdeelsleutel van 50% beroepsinkomen / 50% auteursrechten betekent het dat je € 128.000 per jaar kan factureren in gemengde facturen voordat je die grens bereikt hebt.

 

Nieuw is dat er nu ook een bijkomende absolute grens is. Eenmaal dat je die grens overschreden hebt, kun je geen voordelen meer halen uit het fiscaal gunstregime. De absolute grens is ook vastgelegd op € 64.000, maar geldt als een gemiddelde over de afgelopen vier jaar. Is het gemiddelde wat je int uit auteursrechten hoger dan € 64.000? Dan kun je het jaar daarop geen fiscaal voordeel halen uit het gunstregime van auteursrechten.

 

Voor mensen die uit de boot vallen met de nieuwe regels, is er een overgangsperiode van één jaar voorzien. Deze overgangsperiode heeft een ander maximum, namelijk € 32.000 per jaar uit auteursrechten. Ook de forfaitaire kosten die in rekening gebracht kunnen worden, zijn gehalveerd.

De verdeelsleutel is nu in de wet vastgelegd. Deze hanteer je in een gemengde factuur, dus als je niet alleen je dienstverlening factureert, maar ook je vergoeding voor het toekennen of overdragen van je rechten.

 

Deze verdeelsleutel zal uiteindelijk 70% beroepsprestatie en 30% auteursrechten worden. Er is een overgangsperiode voorzien, wat betekent dat er in 2023 een verdeling van 50% beroepsprestatie en 50% auteursrechten mogelijk is. In 2024 wordt dit 60/40 en in 2025 zal de verdeelsleutel van 70/30 van toepassing zijn.

Dat zijn facturen waarin niet alleen een vergoeding voor de dienstverlening wordt bepaald, maar ook een vergoeding voor de overdracht of het geven van een licentie op de auteursrechten.

Wie niet in aanmerking komt, zijn ‘echte’ ‘kunstenaars’ die hun werk aan een klant verkopen. Denk aan een kunstschilder, beeldhouwer, … De kunstenaar/auteur verkoopt dan enkel een ‘drager’. Als er geen auteursrechten worden toegekend, kan er geen sprake zijn van een vergoeding voor auteursrechten.

Zo zullen kunstenaars – ook al hebben ze een kunstwerkattest – niet voldoen aan de voorwaarden om hun inkomsten als roerend inkomen te beschouwen bij gebrek aan het overdragen of in licentie geven van hun auteursrechten.

Neen, de definitieve versie van de wet maakt geen onderscheid tussen het feit dat je een eenmanszaak bent of je een vennootschap hebt. Het is belangrijk om te weten dat de manier waarop je ermee moet omgaan wel verschilt naargelang de situatie. Jij als auteur blijft de eigenaar van de rechten. Je moet kijken of je je rechten aan je opdrachtgever dan wel aan je eigen vennootschap dient over te dragen.

Neen, werknemers komen volgens ons niet langer in aanmerking voor het fiscaal gunstig regime. Dat blijkt niet duidelijk uit de definitieve tekst zelf, maar wel uit de Memorie van Toelichting. Daarin staat:
“Er bestaat geen rechtvaardiging voor de toepassing van een bijzondere regeling voor begunstigden van contractueel gegarandeerde inkomsten die op regelmatige basis worden ontvangen, anders dan de gebruikelijke regeling die
van toepassing is op de meeste werknemers wier netto beroepsinkomsten volledig worden belast tegen de progressieve tarieven van de personenbelasting.”

 

Daaruit zou blijken dat er geen verantwoording bestaat om werknemers aan het gunstig regime te onderwerpen.

De nieuwe regels gaan in op 1 januari 2023.